Geert, Pascale, Silke, Linse & Mats in Ecuador

Los Amiguitos de Menbol

 

Ruim 20 jaar geleden richtte priester Guy Mennen  het opvangcentrum ‘Taalfabet’ in Wommelgem op waar men zich over jongeren met sociale problemen ontfermt.

Via dit initiatief kwam Guy Mennen in contact met Ecuadoriaanse jongeren en besloot hij zelf in Ecuador poolshoogte te nemen.

Daar werd hij geconfronteerd met de schrijnende armoede, the struggle for life.

Dit was voor hem meteen een goede reden om daar, ten midden van de uitgespuwde mensen, iets vóór de mensen te doen.

Ooit zei Guy : “Ik heb het gezien en gevoeld.  Ik kan niet leven met de gedachte dat ik het zogezegd niet weet.  Ik kan niet sterven met het idee dat ik het wist, maar niets gedaan heb.”

                              

Vanuit die overtuiging richtte hij 9 jaar geleden, samen met Javier Antonio Bolaños,  in de sloppenwijk van Guayaquil een klein kleuterschooltje op: ‘Los Amiguitos de Menból’.

De kans op goed en degelijk onderwijs ligt aan de basis van de bestrijding van armoede, teneinde de vicieuze cirkel te doorbreken.  In dit eenvoudige kleuterschooltje krijgen ongeveer een 70-tal kinderen les, ontsnappen ze even aan de werkelijkheid en kunnen ze even ‘kind’ zijn.  De school beschikt over een 5-tal leerkrachten en omvat een oppervlakte van ongeveer 140m².  De twee sobere gebouwen werden onderverdeeld in 3 klassen en een sanitair gedeelte. 

De overige ruimte is ‘speelplaats’.  Naast onderwijs probeert men deze kinderen tenminste één maaltijd per dag te garanderen.  Enkele jaren geleden werd dit schooltje officieel erkend door het Ecuadoriaans Ministerie van Onderwijs van Guayaquil: Pronepe.

 

Jaarlijks veroorzaken aardbevingen en het vochtige klimaat met haar soms hevige regenval grote schade aan de gebouwen en daarom moet het schooltje dan ook regelmatig opgeknapt worden. 

Ook het gebrek aan voldoende voedsel ligt mee aan de grondslag van de armoede.  Daarom werd net buiten Guayaquil een groot grondstuk gekocht.  Naast het telen van maïs werd hier ook een kleine veestapel, bestaande uit runderen, gekweekt.  Deze haciënda verschaft werk aan Sébastien die hier met zijn vrouw en vier kinderen in een bescheiden hut en onder primitieve omstandigheden woont.  Met de opbrengsten van het landbouwproject probeert men een stuk te voorzien aan de noden van de school en het Stervenshuis.

 

Waar de regen en luchtvochtigheidsgraad enorme schade berokkent aan de ene kant van de stad, veroorzaakt het gebrek aan voldoende water grote problemen op het platteland.

Aanvankelijk  moesten de bewoners van de haciënda wekelijks bevoorraad worden, vooral met water.  

 

Dankzij de verschillende acties van de voorbije jaren beschikt men nu over een eigen opvangreservoir en een waterput met machinale pomp.  Bovendien werd Tevens werd er een mobiele pomp aangeschaft zodat nu ook de hoger gelegen terrassen via een heel irrigatienetwerk van het nodige water voorzien kunnen worden. 

 

Ondertussen is ook de toegangsweg naar dit erg afgelegen gebied al een heel pak verbeterd zodat het plan om ook voor de kinderen van het platteland een schooltje op te richten weer wat dichter bij de realisatie komt.  Want ook deze kinderen hebben recht op onderwijs.

 

In 2009 werd een in verval geraakte cacaoplantage gekocht en opnieuw productief gemaakt.  Hierdoor kon Tomás met zijn gezin aan een nieuwe start beginnen.  De opbrengsten hiervan worden gebruikt voor de medische hulppost.

 

Eveneens in 2009 werd in de wijk van het gastenhuis een krabrestaurant opgericht.  Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit project werkgelegenheid zou bieden en voor het nodige geld zou zorgen om een dispensarium in de wijk te bouwen. 

Omdat de vraag naar medische hulp bleef toestromen, werd er onlangs besloten om het krabrestaurant om te bouwen tot medische hulppost.  Daar werkt momenteel een dokter, een verpleger  en een tandarts zodat ook de allerarmsten verzorgd kunnen worden.  Tevens wordt er een eenvoudige apotheek voorzien.

 

Aangezien de grote hoeveelheid mensen die in volstrekte armoede leven, het ontbreken van sociale voorzieningen en de nodige dollars, het grote gebrek aan voeding en hygiëne… zijn allen met één of andere handicap of ziekte een vogel voor de kat.  Met wat geluk worden zij opgevangen in het ‘stervenshuis’. 

Het enige wat hier nog voor deze mensen gedaan kan worden, is hen een pijnloos heengaan geven.  We spreken hier over mensen van allerlei leeftijden: baby’s, peuters, …oudere mensen.  Vaak gaat het over banale aandoeningen die geleid hebben tot een onherroepelijk vonnis.  Deze instelling werd door een Spaanse pater opgericht maar dreigde na diens overlijden ineen te storten.  Daarom heeft Menból ook onder het stervenshuis haar schouders gestoken.  Deze instelling teert volledig op basis van giften want van subsidies is er geen sprake. Ziekenhuizen of dokters zijn er enkel voor diegenen die dit kunnen betalen.

      

Om een blijvende continuïteit van deze projecten te garanderen werd in een ‘iets betere’ wijk van Guayaquil een huis omgebouwd tot een gastenhuis, Casita Belga.  Vanuit dit gastenhuis worden enerzijds Europese toeristen opgevangen en wegwijs gemaakt doorheen Ecuador en werkt men anderzijds met groepen Belgische jongeren die men via een inleefreis bewust wil maken van de heersende problematiek.

 

Het hotel biedt tewerkstelling aan een 10-tal mensen afkomstig uit de sloppenwijken.  Want naast voeding en educatie is het creëren en aanbieden van werk erg belangrijk.  Werk voor een degelijk loon opdat ook deze mensen hun waardigheid kunnen behouden en de kans krijgen om geleidelijk aan uit de ellende van het dagelijkse leven te kruipen.  Dit project begint goed te floreren en vormt een belangrijke inkomstenbron voor het schooltje, het stervenshuis en de haciënda. 

 

Op dit moment worden er plannen gesmeed om samen met enkele kansarme jongeren een plantage van balsabomen aan te leggen.  Zo kunnen deze jongeren een centje bijverdienen.  Wanneer dit project lukt, kunnen deze bomen binnen zo’n 10 – 15 jaar gerooid worden waarbij de opbrengst de andere projecten ten goede komt.

 

De bedoeling is uiteindelijk dat het ene project het andere ondersteunt en dat de mensen daar in de toekomst verder kunnen groeien zonder afhankelijk te zijn van westerse gelden zodat het project Menból niet hetzelfde lot te wachten staat als dat bijna voor het stervenshuis het geval was.